Choose language "English" Choose language "German" Choose language "French" Choose language "Dutch" Choose language "Spanish" Choose language "Polish" Choose language "Italian" Choose language "Bulgarian"

Eindelijk! We zijn gehaat!

Onze columnist heeft een probleempje met zijn Europese identiteit. Wil iemand zo vriendelijk zijn hem te haten?

“We moeten ons terugtrekken”, brult de officier in het oor van een soldaat. Ergens in een woestijn ligt een commando zwaar onder vuur. Mannen kruipen achter zandzakken heen en weer, machinegeweren ratelen. Eindeloos veel explosies gooien het zand in de lucht en vullen ogen en oren van de soldaten.

Een belachelijke film. Ik hang in mijn bioscoopstoel en terwijl op het scherm de granaten inslaan, zoek ik een beetje naar mijn Europese identiteit. Hoe eenvoudig kan het leven zijn: “We kunnen de vlag niet achterlaten”, zegt de soldaat tegen zijn officier. De vlag wappert half verscheurd op een kleine zandheuvel midden in het slagveld. De officier knikt. De soldaat rent er gebukt op af. Hij bereikt de vlaggemast, trekt de vlag omlaag, rent terug, maar net voordat hij weer in dekking kan gaan, zakt hij, getroffen, in elkaar. Bloedend valt hij in de armen van zijn officier, glimlacht en sterft. Onder zijn slap wordende arm houdt hij Haar vast, de blauwe vlag met de twaalf gouden sterren: Europa.

Onvoorstelbaar! Daar sterft iemand voor de EU-vlag! Natuurlijk is het de Stars and Stripes. Het is een Hollywood film, en daarin wordt in elke tweede ‘pro-anti-Irak-Vietnam-ofzo-oorlogsfilm’ een heel bataljon kersverse soldaten opgeofferd aan het redden van hun vlag. Dat zijn echte helden, geofferd voor het collectief, vol pathos natuurlijk. Probeer dat eens bij ons. In de volgende filmscene wordt een kist, overdekt met de EU-vlag, naar het graf gedragen. José Manuel Barroso zal de vlag, begeleid door rouwtrompetten, zorgvuldig samenvouwen en haar overhandigen aan de bloedjonge weduwe van de gevallen soldaat. Een traan welt op in haar ogen en valt op een van de zonnenbloemgele sterren. Beethovens negende klinkt. In de Europese werkelijkheid geeft niemand om deze vlag. De Deense, Britse of Amerikaanse is waarschijnlijk al in zelfontvlambare uitvoering verkrijgbaar. Zou iemand ook eens de Europese vlag in brand kunnen steken? Hoe kan er van je gehouden worden, als je niet eens behoorlijk gehaat wordt? Deprimerend. ‘Ach, dat u koud of warm mocht zijn!’, is zelfs in de Heilige Schrift te lezen. Wat dat betreft bestaat er dus hoop:

In Genève is onlangs een op wacht staande soldaat op het dak van de door hem bewaakte ambassade geslopen. Daar heeft hij, heel eenvoudig en ongevraagd, de EU-vlag halfstok gehangen. Het stelt misschien niet veel voor, maar toch. Zoiets moet in de gezapige Zwitserse samenleving als een ‘brandende vlag’ beschouwd worden. En de Bulgaren, die hebben onlangs op een tijdschriftomslag de spot gedreven met de EU-vlag. Afgebeeld waren tien in plaats van twaalf sterren. De elfde was vervangen door een hennepblad, de twaalfde door een hakenkruis.

Ondertussen schieten in de film een paar gevechtshelikopters de vijand aan gort. Ik stel me voor hoe het plot in Europa geweest zou zijn: soldaten arriveren in het crisisgebied en richten een steunpunt op. Zandzakken stapelen, prikkeldraad eromheen. Europavlag hijsen. Op een berg, in de verte, staan onopgemerkt de vijandige troepen: “Commandant, de invasietroepen hebben een kamp ingericht en een blauwe vlag met gele sterren gehesen. Zullen we ze onder vuur nemen?” De commandant kijkt door zijn verrekijker: “Neu. Die zijn waarschijnlijk bezig een put te graven of installeren een drinkwaterzuiveringsinstallatie op zonne-energie.” Wat volgt, is een twee uur durende film met etnologische diepgang en veel begrip voor de schaapsherders uit de regio. Zo gaat nu eenmaal een voorstelling in het goede, brave, Europa.

Auteur:

Ingo Arzt

Foto:

Carina C. Kircher

Vertaling uit het Duits:

Helmer van der Heide

Binnen kijken

Als je wilt weten wie je bent, vraag je het aan je buren.

Ik heb het gevoel dat we soms wel erg onderdanig moeten zijn om onze Europese klanten te behouden. Dat heb ik steeds weer ervaren, sinds mijn bedrijf Urwibutso vijf jaar geleden begon met het exporteren van passievruchten naar Brussel. In het begin konden we onze klantenkring snel uitbreiden: we stuurden bananen, aardbeien en mango’s naar Italië, Duitsland, Frankrijk en Nederland. Maar de Europeanen zijn werkelijk ongelooflijk veeleisend en de kwaliteitsnormen zijn hoog. Als wij Afrikanen met de Europeanen onderhandelen, dan zijn wij altijd in een zwakkere positie. Eens belde een Belgische importeur. Een hele container zou bedorven in Brussel zijn aangekomen. Anderhalve ton bananen! Helaas hadden wij geen vertegenwoordiger in Europa om het te controleren en iemand uit Ruanda ernaar toe sturen zou te kostbaar zijn geweest. Dus moesten we hem geloven. Dat kostte ons 20.000 euro. Tegenwoordig lever ik geen vers fruit meer aan Europa. Het risico is te groot, en de prijzen zijn gekelderd. In plaats daarvan exporteren we nu sap en bananenwijn naar België, Frankrijk en Duitsland. Ik kom nu net terug uit Italië. Daar heb ik voor 900.000 euro aan nieuwe machines gekocht voor het maken van vruchtensapconcentraat. We moeten Europese machines hebben om aan de Europese normen te voldoen.

Gérard Sina (43) woont met zijn vrouw en vijf kinderen in Kigala, de hoofdstad van Ruanda.

Als er ook maar één plaats op de wereld is, waar je moet zijn, dan is dat Groot-Brittannië. De mensen daar zijn echte gentlemen, professionals, echte vrienden, ongeloofl ijk. Dagelijks bel ik met hen vanuit mijn callcenter in New Delhi. Ik probeer ze dan UMTS-mobieltjes en contracten van “3G - The third generation mobil network campaign” te verkopen. Ik werk ze soms behoorlijk op de zenuwen. Als ik ze bel en me als ‘Charles’ voorstel, zitten ze net te eten. Ik heet eigenlijk Vishnu, maar dat begrijpen ze toch niet. Ik vertel ze dan hoe ze met de nieuwe contracten geld kunnen besparen. “Hartelijk dank, meneer, maar ik ben niet geïnteresseerd”, smakken ze door de telefoon. Maar wanneer ik naar Amerika moet bellen, mijn god! Die vloeken en schelden er direct op los. Beledigen mijn moeder of zus, ook al heb ik slechts een broer. Maar succes hebben we wel, hier in het callcenter. Eigenlijk in heel India. Daar ben ik trots op. Elke dag halen we meer werkplekken uit Europa hiernaar toe en verdienen daar miljarden aan. Europa zou veel machtiger kunnen zijn, als jullie maar een beetje moeite zouden doen. Italië, Frankrijk, Engeland, Duitsland, de cultuur is bij jullie toch overal dezelfde. Maar het is goed zo. De Britten hebben ons de afgelopen 300 jaar overheerst, dat is genoeg, nu is het onze beurt. Wij zijn de toekomst. Wat ik jullie nog kan zeggen: Doe je best. Concentreer je op je op het werk, concentreer je op je studie. Zo niet, dan komen de kleine gele mannetjes uit India en China, nemen de zaken over en weg is jullie rijkdom.

Vishnu Sharma (20), heet voor zijn klanten ‘Carles’ als hij werkt in het Neveno callcenter in New Delhi. Hij studeert economie, bedrijfskunde en Engels.

Auteur:

Ingo Arzt

Vertaling uit het Duits:

Helmer van der Heide

Nele Bulckaert


contact | partners | press | © indigomagazine.eu 2007-2009 | programmed by Rüdiger Scheumann | hosted by mmvi