Choose language "English" Choose language "German" Choose language "French" Choose language "Dutch" Choose language "Spanish" Choose language "Polish" Choose language "Italian" Choose language "Bulgarian"

Homo Exodus

Voor homoseksuelen is het ijzeren gordijn nog niet gevallen. De helft van alle homo’s en lesbiennes uit Oost Europa verlaat hun land. Oorzaak: Discriminatie, op straat en in de politiek. Belangenorganisaties groeien, maar extreem rechts zet harde middelen in om hun demonstraties te verstoren.

Nooit eerder heeft een Minister President van een lidstaat in de Europese Unie een Gay Pride openlijk veroordeeld en homofobische campagnes groen licht gegeven. Aigars Kalvitis, de Minister President van Letland, zei in juli 2005 dat zo‘n parade van seksuele minderheden niets te zoeken zou hebben in het centrum van Riga.

Juris Lavrikovs, een Letse homoactievoerder, vertelt: “Voorafgaand aan de manifestatie was er een hysterische homofobische campagne opgezet door de Katholieke, Lutherse, en Evangelische kerk en door ultranationalistische extreem rechtse organisaties”.

“Al bij de start van de tocht begonnen duizenden mensen homofobische liederen te zingen en met spandoeken te zwaaien. Daarop stonden teksten als ‘De homo’s verneuken ons land’, ‘Jullie rechten eindigen waar mijn reet begint’, ‘optocht der schaamte’.” Meerdere malen haakten de tegen-demonstranten de armen in elkaar en gingen op de grond zitten om de parade te blokkeren. Ondanks de politiebescherming moest de tocht al snel worden onderbroken. “Ze gooiden met eieren, tomaten en zelfs traangas. We hebben moeten schuilen in een kerk,” vertelt Juris Lavrikovs. Geen van de demonstranten raakte gewond.

Anders was het tijdens de eerste manifestatie van Russische homoseksuelen op 27 mei 2006 in Moskou. “Verschillende organisaties en de Russisch-Orthodoxe kerk hebben tegen deze tocht gekeerd”, vertelt mensenrechtenorganisatie Human Right Watch. De parade werd verboden door politie en justitie, in strijd is met internationale akkoorden waaraan ook Rusland zich moet houden. De organisatie van de Parade besloot dat de tocht toch door moest gaan.

‘Moskou is geen Sodom’, ‘Homo’s uit Rusland’: Net als in Letland veroorzaakte de verschijning van homo’s en lesbiennes op straat veel haat bij de nationalisten. “Homo’s moeten dood”, riep Boris, een jonge brede beveiligingsmedewerker. Ondanks pogingen van de politie een horde Skinheads tegen te houden, slaagde een kleine groep erin de demonstranten te bereiken en aan te vallen. Onder de slachtoffers een vertegenwoordiger van de Duitse groene partij en woordvoerder van homoseksuelen in Duitsland, Volkert Beck en Piere Serne, een Franse activist van de ecologische beweging. Zij kwamen naar Rusland om de lokale homobeweging te steunen.

De situatie in Letland en Rusland is helaas geen uitzondering in Oost-Europa. In Wit-Rusland staat een groot deel van de bevolking vijandig tegenover de opkomst van een homobeweging. Svyatoslav Sementsov, actief voor belangenorganisatie Vstrecha vertelt dat homofobie, argwaan en vooroordelen nog heel sterk aanwezig zijn. Volgens een onderzoek voor de Wit- Russische organisatie voor seksegelijkheid vindt 47% van de Wit-Russen dat homoseksuelen opgepakt moeten worden.

Religieuze stromingen spelen een belangrijke rol in het in stand houden van homofobie. Paus Benedictus XVI zal daar geen verandering in brengen. Voordat hij verkozen werd, vertegenwoordigde hij als kardinaal Ratzinger publiekelijk de homofobe stem. Voor hem is homoseksualiteit een afwijking die tegen de natuurlijke morele wetten ingaat en waartegen men zich duidelijk en hardnekkig moet verzetten.

De standpunten van de kerkelijke instituties tegen homoseksualiteit hoor je ook regelmatig in de Poolse politiek. In 2005, verklaarde de toenmalige premier Kazimierz Marcinkiewicz: Als één persoon een ander probeert te besmetten met zijn homoseksualiteit, moet de staat ingrijpen tegen deze vrijheidsschending. De homofobische uitspraken van politici nemen toe.

In 2006 werd een hoge ambtenaar door de Minister van Onderwijs ontslagen wegens het verspreiden van Compass, een boekje van de Europese Raad om jongeren bewust te maken van discriminatieproblemen. Zijn vervangster, Teresa Lecka, liet vlak na haar aantreden het volgende weten: “Homoseksualiteit is tegen de natuur van de mens. Dit onzedelijk gedrag mag op scholen niet voorkomen. Het doel van een school is om het verschil tussen goed en kwaad uit te leggen, tussen schoonheid en lelijkheid. De school moet uitleggen dat homoseksualiteit tot drama’s leidt, tot leegte en verdorvenheid.”

De Poolse parlementariër Wojciech Wierzejski riep zelfs publiekelijk op tot fysiek geweld tegen activisten van de homobeweging. “Als deze mensen zich laten zien, moet men ze met stokken slaan.” Erger nog, volgens Amnesty International zijn de homoactivisten tijdens een manifestatie in Poznan in gevecht geraakt met Mlodziez Wszechpolska, een ultrakatholieke nationalistische beweging. Sommige leden van de organisatie riepen op tot het uitroeien van homo’s en lesbiennes. Een paar van de scheldkreten: “Vergassen die fl ikkers” en “Wij zullen met jullie doen wat Hitler met de Joden deed.”

De vijandige omgeving en het erg moeilijk uit de kast kunnen komen ten opzichte van hun naasten maakt dat veel homo’s in Oost-Europa het moeilijk hebben met hun seksualiteit. Recent onderzoek van de International Lesbian and Gay Association (ILGA) laat de trend in de Oost-Europese landen zien. Statistieken uit tien van de twaalf nieuwe EU-lidstaten (Cyprus en Bulgarije ontbreken) onthullen dat ongeveer 50% van de homoseksuelen ervoor kiest te emigreren.

Homo’s worden volgens het onderzoek gediscrimineerd door hun eigen familie, maar ook op het werk, op school, in het leger, in het ziekenhuis en in de kerk. Meer dan 40% wordt getreiterd en zeker 20% was het slachtoffer van fysiek geweld. In Roemenie, Slowakije en Slovenië verklaart 25% van de fysiek aangevallen homoseksuelen dat de politie zich vijandig opstelde toen ze aangifte deden.

In de meeste Oost-Europese landen is geweld tegen homoseksuelen diep geworteld in de cultuur, met name bij politie en leger. In het rapport van de ILGA staat een verklaring van een jonge Roemeen: “Tijdens mijn militaire dienst werd ik drie keer door officieren verkracht. Om me in te wijden in de ‘geneugten van de dienst’ vonden de drie heren blijkbaar dat ze me een seksueel lesje moesten leren.”

De tijd waarin homofobie in de West-Europese landen nog sterk aanwezig was, ligt niet zover achter ons. In 1960 hield Paul Mirguet, vertegenwoordiger van de meerderheidspartij in het Franse parlement, een homofobe toespraak: “Ik denk dat het onnodig is om er lang op aan te dringen, want u bent u allen bewust van de ernst van deze golf aan homoseksualiteit, een golf waartegen we onze kinderen moeten beschermen. Op een moment waarop onze maatschappij in volle ontwikkeling is, moeten we strijden tegen dat wat haar aanzien zou kunnen schaden.”

In plaats van het uitdrukken van hun afkeuring, namen de Franse parlementariërs het voorgestelde amendement aan. Een nieuwe categorie ‘Publiekelijk schenden van eerbaarheid in de vorm van een tegennatuurlijke daad met een individu van dezelfde sekse’ werd in het wetboek van strafrecht opgenomen.

“Tot aan het einde van de jaren ’70 werd er helemaal niet over gepraat in de media”, zegt Jean-Michel Bonnet, een dokter uit een klein provinciaal Frans dorpje. Net als 46% van de Franse homoseksuelen heeft Jean- Michel ervoor gekozen in Parijs te wonen. Deze fi tte vijftiger hoort, net als de meeste van zijn lotgenoten, tot de hogere beroepsgroepen. “Als ik geen homo was geweest zou ik waarschijnlijk in de provincie zijn gebleven”, geeft hij toe. “In mijn tijd was het nog echt een taboeonderwerp. Toch was dat na 1968. Zo zie je maar dat niet alles vanaf dat moment veranderd is.

“Toen ik de provincie voor Parijs had geruild,” vertelt Jean-Michel Bonnet, “kon je ons leven nog een beetje vergelijken met dat van de eerste christenen. We werkten met codes en ontmoetingsplekken. Onze bars hadden allemaal donker glas aan de voorkant.” Pas nadat vele actiegroepen waren gevormd, zoals het ‘Comité d’Urgence Anti-Repression Homosexuelle’, kwamen de veranderingen op gang.

In de afgelopen twintig jaar zijn de dingen hier gaan schuiven. Van het moment van legalisatie van homoseksualiteit in 1982 tot aan de Pacte Civil de Solidarité in 1999, is de situatie voor de Parijse homo continu verbeterd. “Nu is er de buurt Marais en is een homo voorzitter van de Gemeenteraad van Parijs. Jean-Michel Bonnet voelt “een soort alledaagsheid die erg geruststellend is”. “Maar,” waarschuwt hij, “we moeten waakzaam blijven. Een minderheid zal altijd een minderheid blijven. Kijk maar wat er nu tussen religies gebeurt.”

Ook al wordt homoseksualiteit steeds vaker door familie en vrienden geaccepteerd, de homo of lesbienne zelf kan er niet altijd mee omgaan. Jonge Franse homoseksuelen van 16 tot 39 jaar hebben dertien keer meer kans een zelfmoordpoging te doen dan heteroseksuelen. Het bewijst dat de strijd nog niet gestreden is, ook niet in het Westen.

De Franse belangenorganisaties concentreren zich op rechtsgelijkheid bij huwelijk, belasting, adoptie, erfenis, geldzaken, samenlevingscontracten. De discriminatie van homoseksuelen is nog steeds op veel vlakken aanwezig. “De volgende grote stap is het recht op onverschilligheid. Het feit dat ik homo ben maakt deel uit van mijn privéleven net als een geloof of bepaalde eetgewoonten.”

Maar Jean-Michel Bonnet geeft toe dat hij zich in het dagelijks leven geen slachtoffer van discriminatie voelt. Hij zou willen dat de homoseksuelen in de oude Oostbloklanden al hetzelfde konden zeggen. Maar voor de komende jaren vertrouwt hij erop dat de situatie zal verbeteren. “De Oost-Europese landen ontdekken op dit moment de pluraliteit, op politiek, religieus en seksueel gebied. Het is bemoedigend te zien hoe het er in Praag aan toe gaat. In Praag voelen we weinig verschil meer met Parijs.”

Volgens de Parijse dokter moet de acceptatie van homoseksualiteit in het Oosten afgedwongen worden met collectieve acties: “Wordt actief! Verenig jullie! Zoek elkaar op! Bezoek het Westen! Maar het belangrijkste is dat Europa kansen biedt. Grijp ze!”

Auteur:

Etienne Deshoulières

Foto’s:

Wil van den Dool

Joab Nist

Vertaling uit het Frans:

Marina ter Woort


contact | partners | press | © indigomagazine.eu 2007-2009 | programmed by Rüdiger Scheumann | hosted by mmvi