Choose language "English" Choose language "German" Choose language "French" Choose language "Dutch" Choose language "Spanish" Choose language "Polish" Choose language "Italian" Choose language "Bulgarian"

Virtuele waanzin

In Second Life kan iedereen een virtueel tweede leven beginnen. Maar net als in de echte wereld laat niet iedereen het achterste van zijn tong zien.

Eind december kondigde de extreem rechtse Franse partij Front National (FN) de opening aan van haar nieuwe hoofdkantoor in Second Life, een virtuele wereld waarin iedereen avatars (personages), objecten en gebouwen kan maken. De extremisten vonden er geen sympathie. De Amerikaanse journalist Wagener James Au (1) schreef: “Toen het Front National zich er vestigde, stonden ten minste twee groepen op om weerstand te bieden: ‘AntiFN’ en ‘SL Left Unity’. Ze hadden virtuele affiches, T-shirts en protestborden om duidelijk te maken dat de komst van het Front National in Second Life verre van welkom was.” Second Life biedt gebruikers de mogelijkheid in de virtuele wereld producten te maken en die ook te gebruiken zoals dat in de echte wereld kan. Het realisme is zo groot dat je ook andere voorwerpen kapot kunt maken.

Zoals verwacht kon worden, namen de virtuele demonstraties snel een vijandige wending. Eerst werd er een enkele keer geschoten, daarna escaleerde het. Er volgden explosies en permanente geweersalvo’s, en toen ‘bouwde een creatieve opstandeling een varkensgranaat, koppelde die aan een vliegende schotel, en vloog hem tollend het hoofdkantoor van Front National in. Daar spatte de granaat uiteen in een regen van klusterbommetjes varkensvlees’, herinnert Wagner James Au zich. De gevechten duurden een week, tot op 15 januari het hele gebouw van Front National was vernietigd.

Op het eerste gezicht lijkt dit goed nieuws: in de virtuele wereld steunt niemand extremisten en wereldwijd verenigen mensen zich om hen eruit te gooien! Het Front National mag dan geen zieltjes gewonnen hebben in Second Life, het kreeg er veel publiciteit mee. Het relaas belandde in verschillende landen in de krant.

Publiciteit

Het gaat in Second Life om publiciteit. Op 27 januari organiseerde Netroots, een groep Amerikaanse Second Life-gebruikers, een protest tegen de oorlog in Irak. Volgens de organisatie kwamen avatars uit zeven verschillende landen naar de demonstratie (2). Dat lijkt veel, maar in totaal kwamen nauwelijks 120 mensen opdagen. Het protest was enkel een manier om steun te betuigen aan een demonstratie in de echte wereld, niet een activiteit op zichzelf.

In december 2006 gebruikte de Spaanse organisatie ‘Mensajeros de la Paz’ (Vredesboodschappers) Second Life om geld in te zamelen voor een goed doel. Ze ontwierpen een virtuele dakloze die een bordje omhoog hield waarmee hij mensen om geld vroeg. Een week later had de dakloze avatar zo’n 30 euro opgehaald, verre van indrukwekkend. Maar een woordvoerder van Mensajeros de la Paz zei dat “het hoofddoel niet was om geld in te zamelen, maar om mensen bewust te maken van het probleem.” Of ze nu worden georganiseerd door virtuele bewoners of organisaties uit de echte wereld, de meeste activiteiten in Second Life zijn eigenlijk stiekem publiciteitsstunts.

Op 29 januari kondigde Zweden tot ieders verrassing aan dat ze de eerste virtuele ambassade in Second Life ging openen. De aankondiging kwam niet van het Zweedse ministerie van Buitenlandse zaken, maar van het promotiebureau van het land, het Zweeds Instituut. De zogenaamde ambassade moet het land een modern imago geven, maar verleent geen visa of andere officiele diensten. De bewoners van Second Life krijgen er enkel informatie over het land Zweden.

Big business

Zweden mag het eerste land zijn dat wordt vertegenwoordigd in Second Life, veel bedrijven hebben er al een vestiging of organiseerden er bijeenkomsten. In navolging van grote bedrijven als IBM en Adidas opende de Nederlandse bank ABN in december 2006 een kantoor in Second Life. Je kunt er geen enkele bankzaak regelen, alleen ‘financieel advies’ krijgen. Reuters, het respectabele Britse persbureau, heeft sinds oktober 2006 een permanente correspondent in Second Life. Tijdens het World Economic Forum in Davos, Zwitserland, lukte het de verslaggever van Reuters om online complete interviews af te nemen met de directeuren van EasyJet, Skype en verschillende andere toppers uit het bedrijfsleven.

Het Duitse uitgeversbedrijf Axel Springer ging nog een stap verder. Sinds december 2006 publiceren ze een krant, exclusief in Second Life: ‘The AvaStar’. Als er journalisten in Second Life zijn, moet er iets te verslaan zijn, toch? Eigenlijk niet. The AvaStar verkoopt niet zo goed. In vergelijking met de hoeveelheid publiciteitsstunts en zakelijke vertegenwoordigingen, heeft Second Life verbazingwekkend weinig gebruikers. Meer dan drie miljoen mensen hebben een account, maar volgens de Guardian (3) zijn er slechts 100.000 actieve gebruikers die werkelijk een noemenswaardige tijd in de virtuele wereld doorbrengen.

Linden Lab - de maker van Second Life - schreef in februari op zijn website (4) dat voor het eerst 30.000 gebruikers tegelijk waren ingelogd. Maar als je nagaat dat het oppervlak in Second Life groter is dan dat van de stad Parijs, moet het er ook toen een beetje leeg uit hebben gezien. Deze cijfers tonen aan dat bedrijven zich niet in Second Life vestigen om een virtuele markt te creëren. Bedrijven openen winkels en organiseren activiteiten in Second Life omdat dat hen makkelijke publiciteit in de echte wereld oplevert voor activiteiten die de media normaal zouden negeren.

Gebruikers centraal

Bedrijven kunnen die mediaaandacht krijgen, omdat Linden Lab erin geslaagd is veel journalisten over Second Life te laten schrijven. De truc zit ‘m in het geld uit Second Life. Second Life gebruikt geld dat echt is, omdat je het kunt wisselen tegen geld uit de echte wereld. In mei 2006 stond de foto van Second Life bewoner Cheung op de cover van Business Week. Zij was de eerste ‘Second Life Miljonair’. Hoewel Cheung uit Duitsland komt, is haar bedrijf in China gevestigd. Ze maakt en verkoopt virtuele gebouwen in Second Life en heeft al 23 mensen in dienst. Maar een snelle blik op de officiële statistieken van Second Life leert dat minder dan duizend avatars meer dan 100 euro per maand verdienen, en dat slechts een tiental meer dan 1000 euro per maand verdient (5). Geen twijfel mogelijk dat Linden Lab er uitstekend in slaagt haar eigen imago te promoten. Toen de vrij povere parodie ‘Get a First Life’ (6) online ging, probeerde Linden Lab de website niet te sluiten, maar verwelkomde hem offi cieel. Die opmerkelijke stap is bedoeld om iedereen te laten zien hoe grappig ze zijn, wat weer meer gebruikers aantrekt.

Maar de hype zal niet eeuwig duren. Ironisch genoeg publiceerde de Reuters-correspondent in Second Life onlangs een interview waarin het einde van Second Life werd aangekondigd. Volgens het adviesbureau Gartner Group nadert Second Life wat ze de ‘top van de opgeblazen verwachtingen’ noemt en wordt een terugval snel verwacht.

Volgens deze theorie hoopt Linden Lab opgekocht te worden door een groter bedrijf voordat de luchtbel knapt. De Second Life-bewoners zijn dus niet langer Linden’s klanten, maar zijn product. Volgens Gartner Group analist Steven Prentice staat Google boven aan de lijst van potentiële kopers. Het idee is niet vergezocht, want de zoekmachine-reus heeft recent het marketingbureau Adscape gekocht, dat gespecialiseerd is in advertenties in computergames.

Maar een overname moet snel gebeuren, want de bewoners raken meer en meer gefrustreerd over de slechte kwaliteit van de hardware (het spel wordt soms heel traag) en de permanente invasie van PR-marketeers. Als Linden Lab wil dat Second Life zijn beloften waarmaakt, moet het zich meer concentreren op de bewoners en minder op de bedrijven. Eind februari bombardeerde het zelfbenoemde ‘Second Life Liberation Army’ de virtuele winkels van Reebok en American Apparel. Met de bombardementen vroegen ze om meer zeggenschap van de bewoners over hun virtuele wereld. Second Life kan snel verworden tot een wereld vol marketingagenten die hun producten aan de straatstenen niet kwijt raken.

Auteur:

Martin Lafréchoux

Vertaling uit het Engels:

Joeri Oudshoorn


contact | partners | press | © indigomagazine.eu 2007-2009 | programmed by Rüdiger Scheumann | hosted by mmvi