Choose language "English" Choose language "German" Choose language "French" Choose language "Dutch" Choose language "Spanish" Choose language "Polish" Choose language "Italian" Choose language "Bulgarian"

Het meertalig brein

Waarom de een moeiteloos vreemde talen oppikt en de ander aan één taal zijn handen vol heeft. Kunnen jouw hersenen de uitdaging aan?

Je probeert al tien minuten de receptionist duidelijk te maken dat je douchegordijn vervangen moet worden. Je bent nog steeds onhandige gebaren aan het mixen met kant-en-klare zinnen uit vertaalboekjes wanneer je vriendin je komt helpen. In drie ergerlijk perfecte zinnen lost ze het op, voor de zoveelste keer. De hele vakantie lang hetzelfde frustrerende verhaal. Terwijl jij nog moeizaam probeerde om antwoorden van meer dan twee woorden te geven, is zij bevriend met het hele vakantieoord en gaat haar taalvaardigheden er krankzinnig goed op vooruit. “Dit is zo oneerlijk”, wil je uitroepen. Ontegenzeggelijk komt dit door die verschrikkelijke leerkrachten die je te verduren kreeg tijdens je schooljaren, althans dat denk je. Of is het omdat jouw ouders het zich nooit konden veroorloven om je naar die taalstages te sturen?

“Kan het niet zijn dat ik gewoon heel slecht ben in het leren van een taal?”

Bestaat er zoiets als aangeboren getalenteerde of ongetalenteerde mensen? Katrien Mondt, taalkundige aan de Vrije Universiteit Brussel, gelooft dat iedere gemotiveerde kerel een taal kan leren als de omstandigheden goed zijn, meer bepaald als de omgeving gunstig is en toelaat om de taal regelmatig te gebruiken. Neem bijvoorbeeld geadopteerde kinderen of die van migranten: de meeste, zoniet allemaal, verwerven inlandse taalvaardigheden.

Maar waarom hebben sommige volwassenen moeilijkheden om een tweede taal te leren ondanks de onderdompeling in zelfde omgeving daar waar jouw vriendin het doodsimpel vond? Michael W. L. Chee van het Cognitive Neuroscience Lab of Singapore Health Services probeert deze specifieke vraag te beantwoorden en gelooft dat de verklaring ligt in het auditief werkgeheugen (phonological working memory, PWM). PWM staat voor de hoeveelheid nieuwe en ongewone geluiden die je kunt bewaren en herhalen. Permanente en vertrouwde geluidspatronen worden bewaard in ons langetermijngeheugen. Het auditief werkgeheugen bevindt zich in verschillende delen van het brein zoals het zogenaamde gebied van Broca en een gebied onderin in de linker pariëntale kwab (aan de buitenkant van de hersenen boven het oor). Chee zegt dat hoe groter de capaciteit van je auditief werkgeheugen is, des te succesvoller de ontwikkeling van je woordenschat en dus ook je vermogen om een vreemde taal te verwerven.

Toch is het moeilijk om te bewijzen of een groot auditief werkgeheugen een gevolg of een oorzaak is van het makkelijk leren van tweetaligheid. De theorie is al bekritiseerd door andere onderzoekers in dit domein. Het minste dat we kunnen zeggen, is dat het slechts een deel van de verklaring kan zijn, aangezien een aantal ingewikkelde factoren zeker ook meespelen. Wat ook je ‘talent’ mag zijn, motivatie en gebruik zijn onmisbaar.

“Ik weet niet hoe groot mijn auditief werkgeheugen is, maar mijn vader zegt dat ik hem dankbaar moet zijn voor zíjn talent dat hij als een geërfde gave ziet.”

Klaarblijkelijk moeten er genetische factoren bij betrokken zijn. Maar deze zijn gecombineerd met wat wetenschappers omschrijven als onze omgeving, alles waaraan we bloot gesteld worden, nu en in het verleden: de cultuur waarin we leven, de taal die we om ons heen horen, enz. Dus misschien is het niet alleen het talent voor talen dat je ouders je geven, maar ook hun houding tegenover vreemde culturen en de mate waarin ze je stimuleren een taal te leren. Ook die omgevingsfactoren waarin je ouders een rol spelen zijn verantwoordelijk voor jouw taalvaardigheden.

“Hoe dan ook, nu is het toch te laat?”

Nee, dat is niet waar. In principe kan iedereen een vreemde taal leren op elke leeftijd. Er is heel wat commotie geweest over de grensleeftijd waarna kinderen niet goed een taal kunnen beheersen, de zogenaamde ‘kritische’ of ‘gevoelige periode.’ Sommige wetenschappers dachten dat een leeftijd van 6 of 7 jaar het keerpunt was, terwijl anderen de puberteit beschouwden als het bepalende moment. Maar al met al “is dit voor de meest taalkundigen nu een verouderd idee,” zegt Philippe Mousty, onderzoeker aan de Vrije Universiteit van Brussel. “Er bestaat niet zoiets als een plotse vermindering van het prestatieniveau op een zeker moment in het leven. Wat we zien, is een graduele en continue daling in taalleermogelijkheden naarmate je ouder wordt,” vervolgt Mousty. Kort gezegd: hoe sneller je start, des te beter, maar het is nooit te laat om te beginnen.

“Prima. Misschien kan ik die taal leren. Hoe dan ook zal ik het juiste accent niet verwerven.”

In het algemeen is het juist dat hoe later je start met het leren van een taal, hoe hardnekkiger je accent zal blijven. Vanaf de dag dat je geboren bent, beginnen je hersenen te ontwikkelen; als de hersenen lijden onder een bepaald trauma, zal het brein zijn functies herstellen door zich te reorganiseren. Deze flexibiliteit maakt het ons mogelijk het hele leven lang te leren. De flexibiliteit vermindert als je ouder wordt, maar die vermindering van fl exibiliteit gaat niet in alle delen van de hersenen die we voor taal gebruiken even snel. Woordenschat en grammaticale functies blijven gewoonlijk lang flexibel gedurende het leven, terwijl de flexibiliteit van auditieve functies, de voorstelling en productie van geluiden, sneller degradeert. Dit kan verklaren waarom veel mensen excellente taalvaardigheden ontwikkelen maar nog steeds een sterk accent behouden. Maar wie maalt hier om? Zolang ze maar verstaanbaar zijn, accenten zijn sowieso schattig.

“En waarom ben ik nooit in staat om die Spaanse ‘R’ juist uit te spreken?”

Bij de geboorte kunnen kinderen alle geluiden opvangen, maar na enkele weken vermindert deze capaciteit om geluiden en contrasten op te vangen. “Verschillende mensen spreken dezelfde klanken niet op dezelfde wijze uit, en als we ouder worden leren we deze lichtjes verschillende klanken te herkennen als één geheel door onnodige variaties te elimineren. Terwijl we dit doen, verliezen we onze capaciteit om nieuwe dingen op te vangen zoals vreemde geluiden,” verklaart Mousty. Het is daarom bijvoorbeeld dat Japanse sprekers moeilijkheden hebben om ene onderscheid te maken tussen de Europese ‘L’- en ‘R’-geluiden, omdat ze zelf dit onderscheid niet kennen in hun eigen taal. Natuurlijk zijn er uitzonderingen. En bovendien kan je dit tot op zekere hoogte trainen.

“Alles goed en wel, maar hoe hard ik ook probeer, ik ben een jongen. Kijk hoe vlot mijn vriendin aan de praat geraakt met dorpsbewoners zonder enige moeite te moeten doen?”

“Gewoonlijk presteren meisjes beter… Maar zo eenvoudig is het niet,” waarschuwt Philippe Mousty. Als vrouwelijke en mannelijke breinen zich verschillend ontwikkelen, kunnen de gevolgde interpretaties beladen zijn met gevoelige ondertonen. Zo hebben jongens en meisjes bijvoorbeeld een verschillend gebruikspatroon van hun linker- en rechterhersenhelft wanneer ze met taal bezig zijn. Hieruit volgt dat ze vaak verschillende cognitieve strategieën volgen, maar dit zegt ons niets over hoe die strategieën in de praktijk werken. Ook hier is het moeilijk om ‘aangeboren’ eigenschappen te onderscheiden van de omgevingsinvloed, vooral wanneer we traditionele rollen en gewoonten meetellen die vrouwen en mannen in verschillende culturen meekrijgen. “In de jaren ‘70 en ’80 toonden verschillende Amerikaanse socio-taalkundige studies aan dat vrouwen meer invloed hadden op taalveranderingen, meestal een voordelige invloed. Aan de andere kant hadden jongens een meer nadelig effect op de taalevolutie,” herinnert Mousty zich. “Er waren bovendien auteurs die beweerden dat vrouwen makkelijker om kunnen gaan met interactie en communicatieopdrachten, mannen beter met taalproductie.” Maar wees gerust: al wordt dit voorgesteld als ‘gender effecten’ op taal, ze zijn lang niet allemaal gunstig voor meisjes.

“Hoe dan ook, of het nu meisjes of jongens zijn: mensen die getalenteerd zijn met duizenden talen deprimeren mij.”

Als je eenmaal een vreemde taal leert, is het eenvoudiger om een tweede of derde taal te leren. “De competenties die je ontwikkelt terwijl je een taal leert, worden doorgegeven aan andere talen. Het is zoals een spier trainen,” vertelt Katrien Mondt. Het regelmatig omschakelen van de ene taal naar de andere bijvoorbeeld, vertraagt zeker de negatieve effecten van de leeftijd van het brein en zijn leercapaciteiten. Ellen Bialystok van de York University in Toronto toonde aan dat actieve tweetaligen gemiddeld vier jaar later dan eentaligen last kregen van de ziekte van Alzheimer. Dit toont aan dat regelmatige oefening in het algemeen goed is voor de hersenen, in het bijzonder dat taaloefeningen een goede conditietraining zijn voor het brein.

“Als ik een vreemde taal goed beheers, is het dan mogelijk dat ik ga denken in die taal? Dat zou fantastisch zijn.”

“Ah, dat is een grote filosofische vraag,” merkt Katrien Mondt op. “Hebben we taal nodig om te denken? Of denken we door pure concepten, beelden, geluiden?” In principe kunnen we natuurlijk denken in een anandere taal, maar dit hangt af van verschillende factoren en meer in het bijzonder van ons vaardigheidsniveau. Stellen woorden in verschillende talen dezelfde concepten voor of denken we in onze sterkste taal? Thierry en Wu hebben een experiment uitgevoerd aan de University of Wales om dit mechanisme bij late Chinese/Engelse tweetaligen proberen te verklaren. De deelnemers dienden aan te geven of een paar Engelse woorden een verwante betekenis hadden. Ze waren niet op de hoogte dat sommige woordparen – hoewel niet gerelateerd in betekenis – een repetitief karakter verborgen wanneer ze naar het Chinees vertaald werden. Wanneer ze met deze ‘valse’ woordparen geconfronteerd werden, hadden de Chinese moedertaalsprekers een langere reactietijd dan de Engelse moedertaalsprekers. Daarom geloven de onderzoekers dat Chinese sprekers onbewust naar het Chinees vertaalden terwijl ze Engels lezen. Over het algemeen gebruiken ‘onevenwichtige’ tweetaligen (tweetaligen die onevenwichtige vaardigheidsniveaus hebben in beide talen) hun sterkste taal om bepaalde taken zoals tellen, uit te voeren.

“Hallo? En wat als iemand echt goed is in vreemde talen… Kan iemand dan zijn moedertaal vergeten?”

Ja. De Franse onderzoeker Christophe Pallier toonde aan dat Koreaanse kinderen die op jonge leeftijd door Franse families zijn geadopteerd, geen enkel taalverschil vertoonden met Franse moedertaalsprekers. Bovendien hadden deze kinderen geen hersenactivatie wanneer ze specifieke aan hun moedertaal gerelateerde taalelementen voorgeschoteld kregen: ze waren deze vergeten. In een zelfde trant bestudeerde Katrien Mondt kinderen in situaties van onderdompeling, zoals migrantenkinderen die naar een school gaan waar ze een nieuwe taal moeten spreken. Na een tijd hebben deze kinderen meer tijd en inspanningen nodig om in hun moedertaal te spreken. “Dit creëert tweetalige mensen waarbij de taalvaardigheid niet in evenwicht is en dat is zeker geen cognitief voordeel,” merkt Mondt op. Jij bent volwassen, dus het is onwaarschijnlijk dat jij je moedertaal zal vergeten. Moedertalen zijn bij volwassenen over het algemeen stabiel.

“Om eerlijk te zijn: ik ben soms beter in talen… Wanneer ik dronken ben.”

Dat houdt steek. Alcohol beïnvloedt waarschijnlijk niet je competentie, maar doet de remmingen verdwijnen die normaal gezien je oefening en taalverwerving afremmen. “Misschien maken extroverte mensen sneller vorderingen dan mensen die amper durven spreken, juist omdat zij meer oefenen,” vraagt Katrien Mondt zich af. Het aanvaarden om fouten te maken als deel van het leerproces kan goedkoper, minder schadelijk en even effectief zijn als een glas caïpirinha. Dus, ga zo door en spreek de receptionist zelf aan over dat douchegordijn. Je hebt niets meer te verliezen dan een kilootje taaltrots en bovendien kan je er de oprechte tederheid van de plaatselijke inwoners voor in de plaats krijgen.

Auteur:

Tania Rabesandratana

Illustraties:

Verena Brandt

Vertaling uit het Engels:

Bart van Bael

Experiment meertalig brein (kader)

Katrien Mondt, onderzoekster aan de Vrije Universiteit Brussel, liet Indigo een proefondervindelijke kijkje nemen in haar laatste onderzoek over het tweetalige brein.

Katrien werkt met drie groepen mensen: vroege tweetaligen (zij die hun tweede taal leerden op jonge leeftijd), latere tweetaligen en eentaligen. Ze probeert te bepalen of en zo ja, hoe hun taalprestaties gelinkt zijn aan hun wiskundige prestaties. Een van haar meest opvallende bevindingen was dat vroege, evenwichtig tweetalige kinderen beter zijn in rekenkunde dan eentaligen. Ze voert nu een vergelijkbare studie uit met volwassenen en ze stemde toe om mij op te nemen als een van de ‘late tweetaligen’ in haar steekproef.

Het experiment vindt plaats in het Erasmusziekenhuis in Brussel omdat het onderzoek gebruik maakt van een speciale scanner voor functional magnetic resonance imageing, fMRI). Met deze techniek maakt Katrien de activering van de neuronen zichtbaar in verschillende delen van de hersenen terwijl ik een reeks opdrachten uitvoer.

De vriendelijke MRI-technicus gaf me een pyjama en giechelde toen ik in mijn lelijke grijze kleding uit de kleedkamer kwam. Plotseling was ik geen journalist meer, maar gewoon een volgend, beetje bang proefkonijn. Dat is de kracht van kleding. Ondertussen legde Katrien de drie opdrachten uit die ik moest vervullen. Deze zouden op een scherm verschijnen tijdens de scan:

1. Taal: druk op de knop als het vertoonde woord een “R” bevat;

2. Aandacht: druk op de knop als het woord op het scherm hetzelfde is als de naam van de kleur waarmee het woord geschreven wordt;

3. Wiskunde: druk op de knop als het resultaat van een optelling correct is.

Simpel, dacht ik.

De technicus bracht me nadien naar de witte MRImachine en gaf me een grote hoofdtelefoon “omwille van het geluid”. Geluid? Welk geluid? Toen mijn lichaam rustig in de machine gleed, voelde ik me als de held in een sciencefiction film. Toen startte het experiment. En ook het geluid. Onverwacht, en oneindig hard. Eerst leek het alsof mijn hoofd verstrikt was in een brandalarmluidspreker. Daarna klonk het meer alsof ik in een draaiende wasmachine zat.

Ken je die televisiespelletjes? Je scoort alle bonuspunten als je de vragen thuis op de bank beantwoordt, maar voor de camera’s zakt de moed je in de schoenen. Wel, hetzelfde gebeurde hier. Als je eenmaal in die koker vol herrie ligt, vraagt het koppelen van blauw aan blauw of 2 + 3 aan vijf veel energie. Aan de andere kant van het raam stond Katrien om te controleren of ik juist antwoordde, en om beelden te maken van mijn hersenen om te zien welke delen ik voor welke taken gebruikte. Ze verzamelt alle data van de drie groepen en gaat onze activeringspatronen vergelijken om tenslotte onze cognitieve strategieën te karakteriseren en zo hopelijk beter begrijpen hoe het tweetalige brein functioneert.

De test duurde ongeveer een uur, en het begon natuurlijk overal te jeuken. Ik vroeg me af of Katrien op haar scherm kon waarnemen dat mijn gedachten afdwaalden, en of ik daardoor slecht zou scoren. Maar blijkbaar ging het allemaal prima en waren mijn hersenen helemaal in orde. Vermoeid maar zonder letsel vertrok ik, trots op mijn mini-bijdrage aan de neuro-psycho-taalwetenschap.


contact | partners | press | © indigomagazine.eu 2007-2009 | programmed by Rüdiger Scheumann | hosted by mmvi