Choose language "English" Choose language "German" Choose language "French" Choose language "Dutch" Choose language "Spanish" Choose language "Polish" Choose language "Italian" Choose language "Bulgarian"

Een woord, een zin

De Lampadato doet niet mee aan de Talkoot. Snap je het nog? Soms kun je in de ene taal iets met één woord zeggen waarvoor je in andere talen minstens een hele zin nodig hebt.

Kweesten (Nederlands)

Het is donker buiten en het raam staat open. Zij kruipt onder de dekens. Hij komt op afspraak binnensluipen, gaat netjes op de dekens liggen. De hele nacht praten ze samen, zonder elkaar aan te raken. Het ‘typisch Nederlandse’ woord kent ook een Engelse variant: ‘Queesting’. Dat het woord in Nederland niet wordt gebruikt, wil in het buitenland maar niet doordringen, de seksuele ruimdenkendheid van Nederlanders ten spijt. Onderzoek leert dat het woord nog voorkwam in een boek uit 1871 waarin het kweesten als een gebruik op de waddeneilanden wordt beschreven.

Uitwaaien (Nederlands)

Zelfs 3.000 km dijk helpt niet. In Nederland waait de wind genadeloos over tulpen en fietsers. Maar niet alleen windmolens profi teren ervan. Nederlanders gaan bewust in de wind wandelen. Ze waaien uit.

Lagom (Zweeds)

Was de drinkhoorn groot genoeg om iedereen in de kring een slok te gunnen, dan noemden de Vikingen dat ‘Laket om’. Door de eeuwen heen is het woord verbasterd. De Zweedse smaak voor een gezonde middelmaat bleef ongewijzigd. Lagom: Niet te veel, niet te weinig.

Talkoot (Fins)

Wanneer de toegangsweg naar een klein fins dorp door een eland versperd wordt of het dak van de school gerepareerd moet worden, verzamelen zich de burgers vrijwillig voor een Talkoot – dom werk samen doen. Aansluitend wordt samen gegeten en gedronken om met z’n allen in de sauna te eindigen.

Ølfrygt (Deens)

De sneeuw valt op de rode blokhutten en het is ijzig koud. Maar binnen is het warm en worden de koude bierglazen geheven voor een „Skåll!“. De stemming op het feest is bijna op zijn best. Het probleem dat blijft, is dat alle gasten verlamd zijn door een verschrikkelijke angst. De Denen zijn in de greep van een latente paranoia: Ølfrygt, de angst dat het bier op zou kunnen raken.

Esprit d‘escalier (Frans)

“Ja, ehm, euh.“ Wanneer de nukkige secretaresse weer eens een minachtende opmerking over je te korte rok maakt, kun je op dat moment waarschijnlijk niets beters dan een bitcherige grijns teruggeven. De passende sneer terug die haar de mond zou snoeren, schiet je pas te binnen als het te laat is – wanneer je op de trap naar buiten staat.

Koshatnik (Russisch)

Wanneer je op doorreis in plaatsen als Nizjni Novgorod komt, kun je beter voor je eigen boterham met kaas zorgen. Impulsief iets kopen omdat je trek hebt is in ieder geval af te raden, vooral wanneer de verkoper een „Koshatnik“ is. Voor de argeloze reiziger mag dat als de naam van een snackbar-eigenaar klinken, in werkelijkheid gaat het om een handelaar in gestolen katten.

Lampadato (Italiaans)

We kennen ze allemaal. Mannen in trainingsbroek en geblondeerde haren. Ze rijden de hele dag rond in een niet geheel onopvallende auto. Maar hun belangrijkste kenmerk is dat ze zomer en winter poepbruin zijn. De Lampadato redt zich wel, en is stamgast in de zonnestudio.

Yakamoz (Turks)

“Oh, kijk toch mijn lieveling, hoe de maan zilver op het water van de zee gespiegeld wordt en reflecteert…“ Wie zou nog wakker zijn na zo’n lange beschrijving van zijn geliefde? Wie niet in slaap valt, heeft zich waarschijnlijk teleurgesteld uit de voeten gemaakt. Het is in onze taal beter samen te zwijgen en in die stilte wenst een romantische ziel zich één woord waarmee alles gezegd wordt. Jammer dat hij geen Turks spreekt, want dan zou hij dat ene woord Yakamoz in de oren van zijn geliefde fluisteren.

Evgi, ask, sevda, tutku, karasevda, hoslanmak, di vane (Turks)

“Weet je, het is niet dat ik niet van je houd, maar soms vind ik je gewoon lief terwijl ik van Tina alleen maar gewoon houd.“ Verwarrend? Misschien is het beter, dit gesprek in het Turks te voeren. Elke vorm van liefde en houden van heeft daar zijn eigen naam.

Weißwurstäquator (Duits)

De Weißwurst, een wit worstje van kalfsvlees en bacon, viert haar 150 jarig bestaan. Het gekke worstje heeft ook een geografische grens getrokken. De Weißwurstäquator verdeelt Duitsland in tweeën. Ditmaal is de tweedeling niet oost-west, maar noord-zuid. In Beieren en andere zuidelijke gebieden van Duitsland eten ze de worst bij het ontbijt. In het noorden gruwelen ze van gekookt kalfsvlees uit varkensdarmen. Niemand weet waar de grens tussen walgen en waarderen precies ligt, maar de Weißwurst laat geen enkele Duitser koud.

Auteur:

Frida Thurm

Illustraties:

Anne Buch

Vertaling uit het Duits:

Helmer van der Heide


contact | partners | press | © indigomagazine.eu 2007-2009 | programmed by Rüdiger Scheumann | hosted by mmvi