Choose language "English" Choose language "German" Choose language "French" Choose language "Dutch" Choose language "Spanish" Choose language "Polish" Choose language "Italian" Choose language "Bulgarian"

The Pervert‘s Guide to Cinema

De documentaire volgt de Sloveense filosoof en psychoanalyticus Slavoj Žižek (foto) in een reis door de belangrijkste scenes uit de filmgeschiedenis. Kunnen we de werkelijkheid wel aan?

Filmmaker Sophie Fiennes heeft in The Pervert’s Guide to Cinema gebruik gemaakt van Žižek’s ideeën over een psychoanalytische benadering van de filmkunst. The Pervert’s Guide to Cinema is Žižek’s filmstudie op basis van psychoanalyse. Hij nodigt de kijker uit na te denken over wat films over onszelf zeggen. De kracht van Žižek zit erin dat hij zijn theoretische analyse uitlegt aan de hand van de populaire cultuur, en film in het bijzonder. Zijn boek Everything You Always Wanted to Know about Lacan (But Were Afraid to Ask Hitchcock) is hiervan een typisch voorbeeld.

Trouw aan zijn provocatieve aanheffen begint Žižek met de woorden: “Film is de ultiem perverse kunst: het geeft je niet wat je verlangt, maar zegt je hoe je moet verlangen”. Tijdens zijn rondreis door het filmlandschap legt hij uit wat Hitchcock, Lynch, Chaplin, Tarkovsky, Kubrick en anderen ons laten zien over onze relatie met het onbewuste, de relatie tussen fantasie en werkelijkheid, verschijningen, seksualiteit enzovoort. Over seksualiteit vraagt Žižek zich af: ‘Waarom hebben we fantasieën nodig om seksueel opgewonden te raken?’ Daarvoor interpreteert hij de wensdroom die Melanie heeft in ‘The Birds’, wanneer ze met de boot Bodega Bay binnenvaart kort voordat ze Mitch bereikt. Zijn conclusie: de droom betekent “Ik wil neuken met Mitch”. Waneer hij dit uitlegt, wordt Žižek gefilmd alsof hij Melanie uit ‘The Birds’ is, in dezelfde positie en in dezelfde setting. Žižek laat zich vaker filmen in het decor van de fi lm waarover hij praat.

Een ander voorbeeld. De filosoof praat in de kelder uit Psycho over de scène uit Fight Club, waarin de verteller (Edward Norton) zichzelf blijft schoppen. Žižek zegt dat dit geen uiting van pervers masochisme is, maar de uitdrukking van het feit dat je, om je vijanden te weerstaan, eerst tegen jezelf moet vechten en tegen dat wat je verbindt met je slaafse omstandigheden. Uiteindelijk is het allemaal niet eens zo pervers - behalve “Žižek’s eigen specifieke soort obsceen plezier” (Aaron Schuster). De ideeën van de filosoof zijn niet altijd relevant en briljant, maar na het zien van The Pervert’s Guide to Cinema zul je nooit meer een film kunnen bekijken met dezelfde passieve houding omdat je vermaakt wil worden. De passiviteit van de kijker wordt in The Pervert’s Guide to Cinema aan de kaak gesteld. Omdat film altijd fictie blijft en er tussen kijker en filmbeeld een afstand blijft, is elke fi lm veilig. Hij weerspiegelt onze angsten en verlangens, maar ‘houdt ze op een veilige afstand en zwakt ze af’, zoals Žižek opmerkt.

Zijn uitleg over Lynch is één van de sterkste momenten uit deze documentaire, juist omdat de werkelijke spanning in het werk van Lynch komt, doordat hij de ruimte waarin wij ons veilig voelen, binnen komt. De documentaire eindigt duidelijk, met een verzoek om de filmkunst op te vatten als een essentiële kunst van onze werkelijkheid. Goede filmmakers zijn nodig omdat zij het ons mogelijk maken met dimensies van onze werkelijkheid om te gaan, die we in het echte leven nog niet aankunnen. Sophie Fiennes is erin geslaagd om een documentaire om te vormen tot een performance die niet alleen tot kijken uitnodigt, maar ook tot het beleven van perverse kunst.

Auteur:

Chloé Belloc

Vertaling uit het Frans:

Nele Bulckaert

Vertaling interview uit het Engels:

Joeri Oudshoorn

Interview with Sophie Fiennes

Een vogel, een vliegtuig, Slavoj Žižek

Aaron Schuster interviewt filmmaker Sophie Fiennes over haar documentaire The Pervert’s Guide to Cinema, die op dit moment wordt gedraaid op de internationale filmfestivals..

AS: Hoe ontstond het idee voor dit project, en wat wil je ermee bereiken? Ben je vooral geïnteresseerd in Zizek of in psychoanalyse en filmtheorie in het algemeen?

SF: Het begint met de wil om iets waar je je toe aangetrokken voelt beter te begrijpen... Ik weet niet precies wat ik in het begin wilde bereiken, behalve dat ik dieper in het onderwerp wilde duiken en het publiek daarmee wilde confronteren. Met een fi lm kan dat. Er is altijd een bepaald risico. Ik ben erg in psychoanalyse geïnteresseerd, ik denk dat ze toegang geeft tot iets dat we meer dan ooit nodig hebben om vat op onszelf te krijgen, als soort. Ik lees behalve Zizek niet veel filmtheorieën (...). Als filmmaker geniet ik van wat Zizek over films te zeggen heeft en voor mij is zijn theorie en filosofie erg praktisch. Ik voel er niets voor een soort filmportret van een artiest of filosoof te maken waarin ze in de positie komen om met pretentie of objectiviteit over zichzelf te praten. Ik maak er liever een document van ze, terwijl ik hetzelfde doe wat zij doen.

AS: Als ik het me goed herinner, eindigt de film met Zizek die zich afvraagt of film de kern van het verlangen kan tonen, of dat het die kern vertroebelt met prachtige illusies. Aan de ene kant komt dat dicht bij het idee van Nietzsche, dat “we kunst hebben om niet aan de waarheid te sterven”, aan de andere kant doet het denken aan Jack Nicholson’s beroemde uitspraak uit A Few Good Men: “You want the truth? You can’t handle the truth!” In de filmkunst lijkt een breuk te bestaan tussen het blootleggen van de echte en ideologische verwarring, een probleem dat urgenter is dan ooit. Wat kunnen we van de hedendaagse film verwachten, en wat denk je over het idee dat kunst tot doel heeft om een ondraaglijke waarheid op zo’n manier te tonen dat ze (een beetje meer) draaglijk wordt?

SF: Ik mag je analyse wel, en ik ben het met je eens wat betreft die spanning binnen de filmkunst. Ik denk niet dat ik het ondraaglijke draaglijk kan maken. Het is wat het is... ondraaglijk. En ik denk dat dat wat ondraaglijk is de angst zelf is: angst voor schuldbesef, zinloosheid en eindigheid.

Maar misschien kan film ons doen geloven dat we de waarheid aan kunnen, en zo met de angst om te gaan. Het geeft ons ‘Dutch courage’, een soort vals geloof in ons vermogen dingen aan te kunnen. Daarom is fi lm zo aantrekkelijk, net als alcohol. En misschien moeten we wat nederiger zijn en erkennen dat deze valse moed de mate is waarin we het lijden kunnen volhouden. We zouden ons niet moeten schamen voor Beckett’s helden, we zouden van ze moeten houden: klaarstaan om over onze ellende te lachen en ons zo verlossen van deze ondraaglijke angst, via het verlies zelf. Zizek zegt dat het verlangen de wond van de werkelijkheid is. Dat vind ik mooi. En zo zorgt de film voor een dubbel bedrog. Het ‘speelt met ons verlangen’ en maakt daarmee angst in ons los. Dat is waarom regisseurs op Goden lijken, die zowel plezier als verschrikking brengen.

AS: “Alleen een dode vrouw is een goede vrouw.” Wat heb je daarop te zeggen?

SF: Denk aan wat eerder gezegd is: het is vrouwelijk verlangen dat de man bedreigt... Scottie (van Hitchcock’s Vertigo) moet Judy’s hele identiteit vernietigen en haar in een fictieve vrouw veranderen (die dood is maar in werkelijkheid nooit heeft bestaan) terwijl Judy zelf hopeloos verliefd is op Scottie, maar het niet kan laten zien. De enige manier waarop ze met hem kan vrijen is door haarzelf te onderwerpen aan zijn fantasie. Als ze uit de badkamer tevoorschijn komt straalt haar gezicht zoveel verlangen en woede uit. Ik denk dat dat veel schokkender is dan wat Slavoj te zeggen heeft, en wat Slavoj zegt, toont alleen deze angstaanjagende dimensie van de wreedheid tussen de seksen. Het is interessant hoe nuchter dit beeld van een dode vrouw in de fi lm is. Als je denkt aan de scene in de kledingwinkel met Judy en Scottie op de bank, ze draagt geen BH, haar wulpse borsten bewegen onder de fijne groene cashmere en op haar borst is een corsage van witte bloemen gespeld, zodat, als bloemen een of ander symbool van vrouwelijke erotiek zijn, zij daar is voor Scottie om naar te staren! Maar Scottie kiest voor zijn grijze, mannelijke zakenpakken-look en het moederlijke zo goed als grijze haar in een knotje.

Ik heb het vermoeden dat dit deel van de theorie aan dovemansoren is gericht bij de mannelijke bezoeker van The Pervert’s Guide to Cinema. Die horen alleen deze zin van Zizek en vergeten op wonderlijke wijze de hele context waarin die is geplaatst. Maar ze zullen zich wel afvragen waarom het vrouwelijke publiek zo geniet van dit deel. Het is een grote aanwijzing voor het vreemde van de man en hoe wij als vrouwen kunnen kiezen om te sterven of niet. Ik denk dat het een provocatie is, en zo hoort het ook.

AS: En wat is tot nu toe de reactie op The Pervert’s Guide to Cinema?

SF: Mensen lijken ervan te genieten. Dit is erg prettig voor mij, want de twintig uur van onafgebroken opnemen, waaraan ik zoveel maanden heb gewerkt ... (...) Het is wonderlijk hoe het geheel schuift, scherper of dreigender wordt, of opwindend afhankelijk van hoe je een enkel woord verandert, hier of daar... Dat is filmmaken. Het is alsof Slavoj Christus is, en ik de apostel Paulus.


contact | partners | press | © indigomagazine.eu 2007-2009 | programmed by Rüdiger Scheumann | hosted by mmvi